Onze Twentse taal

Waar komt de Twentse taal vandaan?

Taalgebied

Het Nedersaksisch, is een groep niet-gestandaardiseerde West-Germaanse Nederduitse variëteiten. Die worden voornamelijk gesproken in het noordelijk deel van Duitsland, en in het noordelijk en oostelijk deel van Nederland (de provincies Groningen, Drenthe, Overijssel, de Gelderse gewesten Veluwe en Achterhoek, en de logoStellingwerven in het zuiden van Friesland), zie het donkergekleurde gebied op de kaart.
Nederland erkent het Nedersaksisch officieel als streektaal en zegt er beperkte steun aan toe, zoals geformuleerd in hoofdstuk 2 van het Europees handvest voor regionale en minderheidstalen. Duitsland heeft het Europees handvest voor regionale en minderheidstalen niet geratificeerd, in de Europese Unie is het echter een officieel erkende streektaal. De taalcode (ISO 639-2) van het Nedersaksisch is nds.

Het begrip

Het begrip “Nedersaksisch” werd tot in de jaren ’90 van de 20e eeuw alleen door historisch taalkundigen gehanteerd. Sprekers van de Nedersaksische variëteiten refereerden aan hun dialect met de naam van een plaats of streek (Twents, Achterhoeks, Drents, Veluws, Elspeets enz.), of met de aanduiding Plat (ook Platduuts). Onder invloed van diverse streektaalbewegingen heeft de politiek het begrip overgenomen en uiteindelijk als streektaal erkend. Een uniforme cultuurtaal zit er nog lang niet in, mede doordat iedere poging van uniformering (spelling en woordenschat) als wezensvreemd voor de grote variëteit aan voornamelijk mondelinge dialecten wordt afgewezen.

Dialecten

Vanwege de grote verspreiding van het Nedersaksisch (oudtijds van Koningsbergen tot Spakenburg) zijn er verschillende dialectvarianten ontstaan, die zich grosso modo in drie hoofdgroepen laten categoriseren: de oostelijke groep (Oost-Duitsland), de noordelijke groep (Sleeswijk-Holstein, Nedersaksen, Groningen, Noord-Drenthe, Stellingwerf, de Kop van Overijssel) en de zuidwestelijke groep (Westfalen, Twente, Salland, Gelderland, Zuid-Drenthe).
In de Liemers wordt een Nederfrankisch dialect gesproken met Nedersaksische invloeden; in de Gelderse Vallei wordt een Hollands-Nedersaksisch overgangsdialect gesproken. Tot de oostelijke groep behoort ook het Plautdietsch, dat op geïsoleerde plaatsen in Oekraïne, Canada en in de Verenigde Staten nog wordt gesproken.
In de Middeleeuwen was het Oud-Nedersaksisch een zeer prominente taal, die onder meer diende als officiële voertaal van de Hanze, maar in die hoedanigheid later door het Hoogduits werd verdrongen.

Expansie en neergang van het Nedersaksisch

In feite ontwikkelden zich in de Middeleeuwen drie algemene communicatietalen in het Duits-Nederlandse dialectcontinuüm: Hoogduits (waarvoor de Duitse dialecten van Saksen en Bohemen toonaangevend waren), Nederlands (met aanvankelijk (West-)Vlaams als toonaangevend dialect) en Oud-Nedersaksisch (met het dialect van Lübeck als toonaangevend dialect) (het is verwarrend dat de naam “Nederduitsch” destijds zowel voor de tweede als de derde variant werd gebruikt). Sinds de publicatie van de bijbelvertaling van Luther begon het Oud-Nedersaksisch allengs meer en meer te wijken voor het Hoogduits. In de 16e eeuw werd in de oostelijke delen van Nederland ook wel een tussenvorm tussen Nedersaksisch en (Vlaams-Brabants) “Nederdietsch” gepropageerd, onder de naam van “Oostersch”, maar deze taalvorm kon de concurrentie met het Nederlands niet aan.
Dat het Nedersaksisch nog tot na de Middeleeuwen een “lingua franca” met een zekere expansiekracht is gebleven, blijkt uit het feit dat omstreeks 1500 de tevoren Friese dialecten sprekende Groningse Ommelanden onder invloed van de van oudsher Nedersaksische stad Groningen op het Nedersaksisch overgingen en dat een soortgelijk proces zich ongeveer één of twee eeuwen later in Oost-Friesland herhaalde.
In de late Middeleeuwen oefende het Nedersaksisch ook een grote invloed uit op het Deens, en indirect ook op het Zweeds en het Noors, wat er in belangrijke mate toe heeft bijgedragen dat deze talen voor Nederlands- en Duitstaligen nog tamelijk gemakkelijk aan te leren zijn.

Varianten van het Nedersaksisch

Men houde er rekening mee dat over de indeling van het Nedersaksisch geen eenstemmigheid bestaat. Bovendien lopen veel dialectgebieden over de grens door; het Gronings vormt met het Oostfries één dialectgebied, het Twents en het Achterhoeks sluiten aan bij het Westfaals. Dit geldt ook voor provinciegrenzen; het Veenkoloniaals wordt gesproken in de Groninger Veenkoloniën, maar ook in het noordelijke deel van de Drentse Veenkoloniën. Dit zijn dan de Monden, Emmer-Compascuüm, Emmer Erfscheidenveen en Emmerschans. Dit wordt verklaard door de migratie van veenarbeiders vanuit Groningen. Van Barger-Compascuüm en Zwartemeer tot en met Veenoord spreekt men varianten van het Zuid-Drents, veelal met invloeden vanuit Emsland.
Interessant is ook het verschil tussen plaatsen waar men verwantschap zou verwachten door de naam; Weerdinge (Drents) en Nieuw-Weerdinge (Veenkoloniaals) of Schoonebeek (protestant-christelijk en Drents) en Nieuw-Schoonebeek (Rooms-Katholiek en Drents met veel Emslandse invloeden).

Taalvoorbeelden

Gebed: Onzevader
(Plattdüütsch, Nedersaksen/Sleeswijk-Holstein)

Unse Vader in’ Himmel!
Laat hilligt warrn dienen Namen.
Laat kamen dien Riek.
Laat warrn dienen Willen so as in’n Himmel,
so ok op de Eerd.
Uns’ dääglich Brood giff uns vundaag.
Un vergiff uns unse Schuld,
as wi di vergeben hebbt,
de an uns schüllig sünd.
Un laat uns nich versöcht warrn.
Mak uns frie vun dat Böse.

(NB bovenstaande versie geldt niet voor het gehele genoemde gebied, regionale variaties zijn eerder regel dan uitzondering) . Zie ook andere Nedersaksische versies van het Onzevader, onder het artikel Onzevader zelf.

Twents (dialect)

Het Twents is een dialect van het Nedersaksisch. Nedersaksisch is één van de twee erkende streektalen in Nederland (de ander is het Limburgs). Daarnaast is het Fries al verheven tot de tweede officiële taal van Nederland. Het gebruik van het Twents wordt minder van generatie op generatie, omdat veel ouders hun kinderen bij voorkeur in het Nederlands opvoeden. In de drie steden Enschede, Hengelo en Almelo is veel meer dialectverlies dan op het platteland.

Taal/dialect

Twents wordt gesproken in de meeste Twentse gemeenten, maar niet overal: de meest westelijke plaatsen (o.a. Hellendoorn en Nijverdal) hebben een Sallands dialect. Sprake van één homogeen dialect in de rest van het gebied is er evenmin. Woorden en uitdrukkingen kunnen per dorp of stad verschillen. Het meest afwijkend is het Vriezenveens, dat veel van het Sallands heeft maar eigenlijk noch bij het Twents, noch bij het Sallands kan worden ingedeeld. Het Vriezenveens is beïnvloed door het Fries vanwege Friese immigranten. De meest oostelijke plaatsen (Denekamp, Oldenzaal etc.) kennen nog doe voor “jij” (elders in Twente: iej).
Het Twents behoort tot de Nedersaksische taalgroep. Lange tijd werd aangenomen dat het Twents een Nederduitse variant was. Uitgebreid onderzoek heeft aangetoond dat het Twents meer overeenstemming heeft met het Nederlands dan met het Nederduits. Reeds in de middeleeuwen was de schrijfwijze meer middeleeuws-Nederlands dan middeleeuws-Nederduits.

Twents in gecultiveerde vorm

Het Van Deinse Instituut zet zich in om meer te weten te komen over heden en verleden van Twente. Het in Enschede gevestigde instituut richt zich op de streekcultuur, volkskunde, streektaal, cultuurgeschiedenis en het landschap van Twente. Daarnaast verzamelt, onderhoudt, bestudeert en presenteert het een uitgebreide collectie materiële getuigenissen uit het verleden van Twente. Naast het Van Deinse Instituut is er ook De Kreenk vuur de Twentse Sproak, die zich bezighoudt met een standaardspelling van het Twents, alsmede met een Twentse bijbelvertaling en een adviesrol voor hen die het Twents willen gebruiken in de media, onder meer RTV Oost. Dit televisiestation bracht in 2005 een succesvolle Twentstalige soapserie op tv, Van Jonge Leu en Oale Groond. Hieraan werkte onder meer Herman Finkers mee, die eerder twee van zijn cabaretshows in het Twents vertaalde.

Artikel: Wikipedia Bewerkt door Herman Beld